Om artikelen op te slaan heb je een account nodig
De rol van disfunctionele automatische associaties bij angststoornissen
Samenvatting
Cognitieve modellen veronderstellen dat disfunctionele associaties tussen angstopwekkende stimuli en overmatig negatieve kenmerken en gevolgen een belangrijke factor zijn in het ontstaan en voortbestaan van angststoornissen. In deze bijdrage wordt een duale procesbenadering van angststoornissen beschreven die met betrekking tot zulke ‘associaties’ een onderscheid maakt tussen associaties die automatisch door de angstopwekkende stimulus worden opgeroepen en meer weloverwogen opvattingen over deze stimulus. De ontwikkeling van duale procesmodellen en indirecte maten voor het meten van automatische associaties heeft een reeks aan nieuwe inzichten en toetsbare hypotheses opgeleverd met betrekking tot de factoren die een rol spelen bij het ontstaan en voortbestaan van (onder andere) angststoornissen. In de deze bijdrage zullen deze hypotheses met betrekking tot angststoornissen evenals de mogelijke implicaties voor de klinische praktijk worden besproken.
Summary
The role of dysfunctional automatic associations in anxiety disorders
Cognitive models assume that dysfunctional associations between anxiogenic stimuli and unrealistic negative attributes and/or consequences are a core feature in the onset and persistence of anxiety disorders. This article describes a dual process approach to anxiety disorders, differentiating between associations that are automatically activated upon encountering the anxiogenic stimulus, and more deliberated beliefs concerning this stimulus. The emergence of dual process models and indirect measures of automatic associations have yielded a series of new insights and testable hypotheses with respect to the factors that are involved in the onset and persistence of anxiety disorders. These hypotheses and possible implications for clinical practice are discussed.