Naar inhoud nummer
Download

Om artikelen op te slaan heb je een account nodig

Om artikelen op te slaan heb je een account nodig

Redactioneel

Redactioneel

Paul Boelen
Jaargang 2011 - Nummer 3 - woensdag 4 februari 2015

Samenvatting

Met het prachtige voorjaar en de regenachtige zomer achter de rug, hoop ik dat u uitgerust aan een nieuw seizoen begint. En ik hoop dat dit derde nummer van het tijdschrift Gedragstherapie daarbij als inspiratiebron kan dienen. Diverse interessante onderwerpen komen aan bod. In de bijdrage van Guy Bosmans wordt besproken hoe inzichten vanuit hechtingstheorieën kunnen bijdragen aan het vergroten van de effectiviteit van kindgerichte cognitief gedragstherapeutische programma’s voor depressie. Deze bijdrage richt zich onder meer op het concretiseren van het abstracte begrip ‘intern werkmodel’ en hoe deze concretisering kan worden benut in de behandeling van depressieve kinderen. Wim Huys en Jan Callens besteden aandacht aan de problemen van mensen die seksuele belangstelling hebben voor kinderen en deze belangstelling voeden met het internet. Het zijn problemen waar geen onderzochte protocollaire aanpakken voor bestaan en die dus, meer nog dan problemen waarvoor dergelijke aanpakken wèl bestaan, vragen om creativiteit van de therapeut. Om voeding te geven aan deze creativiteit is een casus bijgevoegd die illustreert hoe deze problematiek kan worden behandeld. Het artikel van Van Dam en collega’s is een aanvulling op twee bijdragen over chronische vermoeidheid in het vorige nummer. De auteurs pleiten ervoor dat wij als cognitief gedragstherapeuten actiever zijn in het verleiden van onze managers voor het implementeren van effectieve zorg. Het richt zich op chronische vermoeidheid, maar de kernboodschap is evenzo relevant waar het de implementatie van andere effectieve aanpakken betreft. Steven Meijer en Erik ten Broeke gaan in op de behandeling van paniekstoornis. Zij bespreken onder meer hoe wij bewezen effectieve cognitief gedragstherapie nog effectiever kunnen inzetten.

Filip Raes heeft zijn zomerverlof onder meer besteed aan het lezen van een boek over ACT. Er zijn reeds vele boeken verschenen over deze relatief nieuwe benadering. Dit boek is volgens de auteur van deze boekbespreking een waardevolle aanvulling op deze literatuur. In twee forumbijdragen worden kritische noten gekraakt. Frank Twisk en Michael Maes stellen dat begrippen als chronische vermoeidheid, CVS, ME te vaak door elkaar heen worden gebruikt. Dit leidt, voorzichtig uitgedrukt, tot verschillende inzichten over welke type behandeling voor welk type vermoeidheid welk effect heeft. Hans Orlemans nodigt ons uit om na te denken over het verschil en onderscheid tussen mindfulness en ontspanning, als onderdeel van een uitgebreider kritische beschouwing van dat eerste begrip. Verschillen van inzichten leiden, als het goed is, tot betere inzichten. De verschillen tussen de opvattingen van Van Dam en collega’s en Twisk en Maes--alsmede die tussen Raes en Orlemans--zouden op z’n minst onze eigen gedachten moeten scherpen over vermoeidheid, behandeleffectiviteit, aandacht, ontspanning en oude wijn. Ik nodig u van harte uit deze gedachten op papier te zetten en via de redactie met de lezers te delen.

Het maakt u hopelijk nieuwsgierig naar volgende nummers van dit tijdschrift. Met het vertrek van Theo Bouman als hoofdredacteur is aan mij de taak om daar sturing aan te geven. Ik dank Theo namens de andere redactieleden voor zijn belangrijke bijdragen aan dit tijdschrift. Gelukkig blijft hij voorlopig aan als redactielid.

Ik hecht eraan stil te staan bij het overlijden van Arend Veeninga. Arend was ruim 13 jaar lid van de redactie van dit tijdschrift. Hij leverde belangrijke bijdragen als kritische lezer van tientallen stukken en auteur van diverse forumbijdragen en artikelen. In verschillende bijdragen wees hij erop dat de therapeutische werkalliantie een evenzo belangrijk als onderbelicht onderdeel is van effectieve cognitieve gedragstherapie. Ook besteedde hij aandacht aan effectiviteit van supervisie in de opleiding tot cognitief gedragstherapeut en de zin en onzin van leertherapie. Het loont de moeite zijn stukken te blijven herlezen, omdat deze de therapeut en onderzoeker in ons uitnodigen tot zorgvuldige zelfreflectie. Arend zette zich tot het allerlaatste moment actief in voor het tijdschrift. Begin juni, bij de laatste redactievergadering, zette hij zijn ideeën over de toekomst van het tijdschrift nog uiteen. Bij het uiteindelijke afscheid van Arend, eind juli, werd nog duidelijker hoe belangrijk Arend is geweest voor een grote omgeving. Diverse familieleden en vrienden memoreerden zijn kookkunst, intelligentie, bestuurlijke talenten, humor en vriendschap. Wij zullen zijn kritische beschouwingen missen.

Bekijk artikelen van dezelfde auteurs

Paul Boelen

Download citeerwijze bij dit artikel

Dit artikel is open access, de inhoud mag gedeeld en gebruikt worden.

RIS
TY - JOUR AU - Paul Boelen PY - 2015-02-04 TI - Redactioneel SP - 0 EP - 0 VL - 0
BibTex
@article{mrx05, author = "Paul Boelen", title = "Redactioneel", journal = "Tijdschrift voor Gedragstherapie", year = 2011, volume = 0, number = "3", pages = "", publisher = "Koninklijke Boom uitgevers" }
APA
Paul Boelen (2011). Redactioneel, 0(3), .
Vancouver
Paul Boelen. Redactioneel. Tijdschrift voor Gedragstherapie. 4 feb 2015; 0(3); .
Leidraad
Paul Boelen, 'Redactioneel', 2011, afl. 3, p. , DOI:.