Uitgelicht: Over de rol van associaties in betekenisanalyses
Terwijl binnen de traditionele gedragstherapie leerprincipes centraal staan, ligt binnen cognitieve therapie de focus vaak op betekenis. Binnen de cognitieve gedragstherapie heeft men geprobeerd om deze twee benaderingen te verzoenen door betekenis te analyseren in termen van leerprincipes, meer bepaald klassieke conditionering. Hierbij wordt klassieke conditionering vaak opgevat als het vormen van associaties in het semantisch geheugen. De auteurs beargumenteren dat een dergelijke conceptualisatie zowel problematisch als onnodig is. We stellen twee alternatieve manieren voor om leerprincipes te verzoenen met betekenisanalyses. Ook vanuit deze alternatieve visies blijft onderzoek naar klassieke conditionering een belangrijke inspiratiebron voor de therapeutische praktijk.
Kernboodschappen voor de klinische praktijk
- Betekenisanalyses in termen van associaties werden voorgesteld als een manier om cognitieve therapie en traditionele gedragstherapie met elkaar te verzoenen, maar hebben als nadeel onder meer dat ze geen informatie bevatten over de aard van de relatie tussen stimuli (bijvoorbeeld: 'A voorspelt B' versus 'A veroorzaakt B').
- Als alternatief kunnen betekenisanalyses geformuleerd worden in termen van proposities (overtuigingen) of relational frame theory, zonder veel afbreuk te doen aan de rol van leerprincipes in de cognitieve gedragstherapie.
- Deze alternatieve betekenisanalyses laten ruimte voor een grote verscheidenheid aan therapeutische interventies die gericht zijn op het wijzigen van betekenis of op het wijzigen van de impact van betekenis op gedrag.